Kruiswoordpuzzels: inleiding en tips

Klik hier om meteen naar de puzzels te gaan: makkelijkere, moeilijkere en mini’s.

Inleiding: Amerikaanse kruiswoordpuzzels

Ik neem aan dat iedereen wel weet wat een kruiswoordpuzzel of kruiswoordraadsel is. Maar wist je ook dat er flink wat verschillende stijlen aan kruiswoordpuzzels zijn? Puzzels in Nederland in België zijn over het algemeen vrij rechttoe rechtaan en worden vaak geheel automatisch gegenereerd. Dat wil niet zeggen dat ze altijd makkelijk zijn, maar wat mij betreft missen ze een zeker inventief karakter.

Dat is in Amerika wel anders, althans op de prestigieuze puzzelpagina’s van o.a. de New York Times en de Washington Post. Ik heb drie en een half jaar in Amerika gewoond en begon daar bij wijze van taaloefening de dagelijkse kruiswoordpuzzels uit de NYT op te lossen. Nu ik weer terug ben in Europa is een zekere liefde voor Amerikaanse kruiswoordpuzzels me bijgebleven.

Elke puzzel in de NYT wordt individueel samengesteld. Natuurlijk worden er computerprogramma’s gebruikt, maar elk woord wordt uiteindelijk met de hand geselecteerd en elke omschrijving wordt origineel opgeschreven. Alsof dat ambachtelijke karakter nog niet genoeg is, hebben de meeste Amerikaanse kruiswoordraadsels een thema. Vaak zijn het woordspelingen of andere taalkundige vondsten. Voorbeeldje: vier lange woorden waarvan het eerste deel met een P begint en het tweede deel met een A. Thema: panda, want in het Engels kan je dat lezen als “P and A” oftewel “P en A”. Ander voorbeeldje, een stuk lastiger: een puzzel waarin de namen van vier “dokters” (Dre, Who, No en Oz) buiten de eigenlijke puzzel ingevuld moeten worden. Thema: Artsen Zonder Grenzen. Klik maar eens op die link als je wil weten hoe die puzzel eruitziet.

Er zijn nog enkele andere verschillen tussen Nederlandse en Amerikaanse puzzels. Zo bevatten Amerikaanse puzzels geen woorden korter dan drie letters en ieder vakje maakt deel uit van zowel een horizontaal als een verticaal woord. In Nederlandse puzzels zitten meestal ook tweeletterwoorden en vakjes die in slechts één richting gebruikt worden. Naar verhouding bevatten Amerikaanse puzzels dus meer witte vakjes dan Nederlandse. Om de puzzel gevuld te krijgen, is dan wel wat extra vrijheid nodig in de woordenlijst. Zo wordt er meer gebruik gemaakt van uitdrukkingen, merknamen, bekende personen, popcultuur en geografische namen. Ook vervoegde vormen van werkwoorden zijn toegestaan (bijv. walks en walked naast de infinitief walk), evenals antwoorden die uit meerdere woorden bestaan. Of dat je bevalt is uiteraard een kwestie van smaak. Ik vind die uitgebreidere en meer gevarieerde woordenschat juist leuk. Het is wel even wennen voor wie alleen Nederlandse puzzels gewend is.

Mijn puzzels: hints en tips

Het moge inmiddels duidelijk zijn: de puzzels op deze site zijn Nederlandstalige puzzels naar Amerikaans ontwerp. Het standaardformaat is 15×15 vakjes, zoals de New York Times gebruikt van maandag t/m zaterdag. Enkele van mijn puzzels hebben het zondagse formaat van 21×21 vakjes. Daarnaast heb ik een aparte pagina met mini-puzzels. De puzzels van 15×15 en 21×21 zijn verdeeld in twee moeilijkheidsgraden. De meeste puzzels hebben een thema, dat vanzelf duidelijk wordt tijdens het oplossen.

Enkele algemene hints voor wat normaal is in puzzels naar Amerikaanse stijl:

  • antwoorden kunnen uit meerdere woorden bestaan, zonder dat dit in de omschrijving wordt aangegeven;
  • antwoorden zijn lang niet alleen maar reguliere woorden uit het woordenboek; net zo geldig zijn plaatsnamen, bekende personen uit binnen- en buitenland (voor- en/of achternaam), titels van films of liederen (ook anderstalige, zolang ze maar redelijk bekend zijn in Nederland), personages uit bekende boeken, enz.;
  • als de omschrijving in het meervoud staat, is het antwoord ook in het meervoud;
  • in geval van werkwoorden moeten de omschrijving en het antwoord overeen komen in persoon, getal en tijd (bijv.: een vijfletterwoord voor “wandelt” is “loopt”, niet “lopen”);
  • ook in geval van bijvoeglijke naamwoorden moeten de verbuiging van de omschrijving en van het antwoord met elkaar overeenkomen (let dus op de uitgangen -e, -er en -st);
  • als er in de omschrijving een afkorting staat (anders dan “bijv.”), is het antwoord in principe ook een afkorting;
  • omschrijvingen met een vraagteken zijn cryptisch;
  • spaties, leestekens en accenten worden genegeerd;
  • voor sommige thema’s is het nodig om in één vakje twee of meer letters in te vullen of anderszins out of the box te denken.

Tot slot: zoals gebruikelijk in Nederlandse kruiswoordpuzzels geldt de lange IJ als één letter en deze is niet hetzelfde als de Griekse Y. Ik werk dus in feite met een alfabet van 27 letters. Qua spelling volg ik het Groene Boekje en de Dikke Van Dale. Een heel enkele keer staat er tussen haakjes “var.” bij een omschrijving. Dit duidt op een alternatieve spelling, die overigens altijd nog redelijk gangbaar is.

Okee, kom maar op met die puzzels

Kies een categorie: makkelijkere, moeilijkere en mini’s. Veel plezier en ik hoor graag wat je van mijn puzzels vindt!